a. Zuiverheid van de brandstof
Voor een goede werking van de dieselmotor is goede kwaliteit en zuiverheid van de brandstof een allereeste vereiste. Een regelmatig onder-houd van de filters is daarom noodzakelijk. Gebruik geen brandstof uit een tank die een tijd open heeft gestaan en waarin zich dus zeker water en stof bevinden. Gooi liever een paar liter brandstof weg dan het risico te nemen van storingen als het gevolg van verontreiniging.
De mogelijkheid bestaat dat bij zeer lage buitentemperaturen verstopping in het brandstofsysteem ontstaat door neerslag van parafine. Ter voorkoming van deze neerslag mag 15% lichtpetroleum (kerosine) worden toegevoegd. IJsvorming wordt voorkomen door toevoeging van 0,5% spiritus.
Aangezien water en vuil uit de brandstof zich op de tankbodem zullen verzamelen, moet na iedere 2000 bedrijfsuren de brandstoftank worden afgetapt en daarbij de eventueel aan-wezige zeef in de tankbodem worden gereinigd. Het wordt sterk afgeraden de laatste liters uit de tank als brandstof te gebruiken, daar dit vervuiling van het brand-stofsysteem kan veroorzaken en bovendien lucht in de brandstofleidingen zal worden binnengezogen. Vul de brandstoftank dus tijdig bij en voorkom hierbij zo veel mogelijk vervuiling. Verder moet om de 2000 bedrijfs-uren de ontluchtingsmogelijkheid van de tank worden gecontroleerd op eventuele verstop-ping. Deze bestaat ofwel uit een gaatje in de tankdop of een omgebogen pijpje op de tank.
Top
b. Brandstofgroffilter
Het groffilter bevindt zich in de brandstofleiding tussen tank en opvoerpomp en moet iedere 200 bedrijfsuren worden gereinigd. Hiertoe moet de bout worden losgedraaid, waarna de kolf loskomt en het plaatjesfilterelement kan worden uitgenomen. Het reinigen van het element geschiedt door dit uit te spoelen in schone benzine of gasolie. Bij montage van de kolf moeten zonodig nieuwe pakkingringen worden gebruikt.
Op sommige DAF-uitvoeringen is een water-afscheider aangebracht in de plaats van het plaatjesfilter. De waterafscheider zorgt o.a. voor het afscheiden van het water uit de gasolie. Om dit water te verwijderen dient de kolf regelmatig te worden afgetapt door het kraantje iets open te draaien tot het water volledig is verdwenen. Het aftappen kan het beste gedaan worden als de motor langere tijd heeft stilgestaan, waardoor het eventueel aanwezige water beter de gelegenheid heeft gehad om te bezinken.
Bij een
grote onderhoudsbeurt moeten de bezinkkolf en
het bezinkkolfje onder de Bosch opvoerpomp worden
schoon gemaakt.
Top
c. Brandstoffijnfilter
Het fijnfilter is gemonteerd in de brandstof-leiding
tussen de opvoerpomp en de inspuit-pomp. Na iedere
400 bedrijfsuren moet het element worden vernieuwd.
Draai de kolf los en vervang deze
in zijn geheel door een nieuwe. De oude kolf mag
dus nooit inwendig worden gereinigd en opnieuw
worden gebruikt.
De pakkingring aan de bovenzijde van de kolf moet
steeds door een nieuwe worden vervangen. De pasvlakken en de pakkingring moeten schoon
zijn.
Top d. De brandstofleidingen
De leidingen moeten absoluut luchtdicht zijn.
Lekken in de brandstofleidingen kunnen optreden
zowel aan de perszijde als aan de zuigzijde van de brandstofpomp.
Lekken aan de perszijde.
Om deze op te sporen maakt je de wartels en leidingen
aan de buitenzijde schoon en controleer je die
terwijl de motor draait. Forceer de wartels van de brandstofleidingen niet
bij het aandraaien.
Lekken aan de zuigzijde.
Wanneer er lekken zijn tussen brandstoftank en
brandstofopvoerpomp, kan dit tot gevolg hebben,
dat hierlangs lucht in de leidingen binnendringt. In dit geval alle wartels tussen brandstoftank
en brandstofpomp goed vastzetten.
Er kan ook op andere wijze lucht in de leidingen
komen, nl. wanneer er te weinig brandstof in de
tank is. Controleer dit dus in de eerste plaats.
Ontluchten.
Wanneer ondanks alle voorzorgen er toch lucht in
het brandstofsysteem zit, moet er worden ontlucht.
Daartoe kan de opvoerpomp door middel van
een hierop aanwezige hefboom of een gekartelde
knop met de hand worden bediend en is op het
fijnfilter een ontluchtings-boutje aangebracht.
Schroef de knop op de opvoerpomp los en beweeg
deze net zo lang op en neer, totdat de brandstof
die uit het opengedraaide ontluchtingsboutje op
het fijnfilter stroomt geen lucht meer bevat. Draai
vervolgens, al pompende, het ontluchtings-boutje
weer dicht. Als laatste moet de knop op de opvoerpomp
omlaag worden gedrukt en weer worden vastgezet.
Top e. Brandstofinspuitpomp
De brandstofinspuitpomp is een precisie-instrument
dat alleen mag worden behandeld door specialisten
die over het daarvoor noodzakelijke gereedschap
beschikken.
Als de brandstoftoevoer naar de verstuivers normaal is
kan hoor je een "krakend"
geluid bij de verstuivers tijdens het tornen van de motor en dan kan het
niet-starten van de motor liggen aan een foutieve
afstelling van de pomp. De koppeling aan de pomp
zal dan misschien verschoven zijn.
De BOSCH brandstofpomp is aangesloten op het
smeeroliecircuit van de motor en behoeft derhalve
geen onderhoud wat de smering betreft.
Vergeet
niet een nieuw gemonteerde inspuitpomp
met ± 500 cc smeerolie te vullen alvorens deze in
bedrijf te stellen.
De inspuitdruk voor Bosch op de DAF DD 575 is 165-173 kg/cm².
De CAV brandstofpomp moet apart met ongeveer 250 cc
smeerolie worden gevuld. Verversing van de smeerolie
moet na elke 100 bedrijfsuren plaats te vinden.
De inspuitdruk voor CAV op de DAF DD 575 is 145-153 kg/cm².
De BOSCH regulateur is via de brandstofpomp aangesloten
op het smeeroliecircuit van de motor en
behoeft derhalve wat de smering betreft geen onderhoud.
Een nieuw gemonteerde regulateur moet
echter wel tot aan de niveauplug met smeerolie te
worden gevuld alvorens in bedrijf te mogen worden
gesteld.
De CAV mechanische regulateur moet apart met
smeerolie worden gevuld tot aan de niveauplug.
Controleren van het oliepeil en zonodig bijvullen
om de 100 bedrijfsuren.
N.B. Voor de brandstofpomp en regulateur kan
dezelfde soort motorsmeerolie worden gebruikt
als voor de motor.
Top
f. Reinigen luchtfilter
Het luchtfilter moet gelijk met iedere motorolie-verversing of zonodig vaker, afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden.
Het reinigen van een korfluchtfilter gaat als volgt:
1. De opening in het inlaatspruitstuk afdekken met
een schone doek, zodat geen voorwerpen en vuil
in de motor kunnen terechtkomen.
2. Filter goed uitspoelen in gasolie of spoelolie.
3. Filter flink uitslaan of droogblazen.
4. Filter onderdompelen in schone motorolie.
5. Filter laten uitdruipen en weer monteren.
6. Zorg dat de verbinding tussen het luchtfilter en
het inlaatspruitstuk van de motor goed aansluit om het aanzuigen van ongefiltreerde lucht
te voorkomen.
Van een oliebadluchtfilter moet de oliepan worden
gereinigd en met schone motorolie worden gevuld
tot aan het niveau merkteken (NIET hoger!). Het
filterelement moet in gasolie worden gereinigd en beslist niet met water, stoom of hete loog .
Top |